Het is natuurlijk de goden verzoeken… een openluchtproductie in Nederland, met de titel ‘Na Ons…’ (de zondvloed) en het thema is de klimaatverandering. De voorbereidingen waren nat te noemen. In meer dan xe9xe9n opzicht. De meest voelbare was de plensbui tijdens een van de eerste gezamenlijke repetities op de locatie. Het leek of we onder een lauwe douche stonden, maar ondanks dat het niet onaangenaam voelde, werden we zeiknat. De opbouw van de locatie liep enorme vertraging op door het neerstortende hemelwater en het speelvlak werd modderiger en gladder dan ooit. Een briljante geest (Peter? Johan?) besloot voor houtsnippers te gaan en een glijpartij werd voorkomen.
Vanaf dat moment waren de (weer)goden met ons. Elke avond trok het open en op zondag de 24e na hielden we het droog. Die avond speelden we onder een gordijn van motregen. Prachtig om te zien en gelukkig niet heel vervelend voelbaar voor de, schaars geklede, spelers. Gistermiddag werden er in Hoorn een aantal emmers leeggegoten. Maar dat is niks nieuws. Dat gebeurt al drie weken elke dag, terwijl het in Geestmerambacht gewoon droog is. Ik bleef dus goede hoop houden. Het was wel fris en die donkere wolken beloofden weinig goeds. Maar ontkennend als wij zijn, keken we alleen naar het blauwe stuk lucht. ‘Kijk het is daar licht…’ Terwijl het, wederom massaal toegestroomde, publiek nog een zitplaats probeerde te bemachtigen, begonnen we. En met de opkomst van de sausgirls, gooiden de goden de sluizen open. Een beetje dan. Het werd nog net niet de wet T-shirt-saus-girl-contest en we glibberden veilig weer het podium af. Vanaf dat moment begon het gestaag te gieten. Grote druppels vielen dreigend op het tentdoek van het spelersonderkomen. We bleven het negeren en maakten ons klaar voor het volgende deel.
De dames werden dik ingepakt in jassen, sjaals en dekens. Onze held Joop, de backstage-manager, speelt elke koude avond voor vanger. Een seconde voor we op moeten, mikken we al onze kledingstukken naar hem toe. Hij verzamelt ze en legt ze klaar voor wanneer we afkomen. De druppels op onze blote huid waren kouder dan ooit tevoren. ‘Voorzichtig die berg af, je veiligheid staat voorop!’ gaven we elkaar mee. En daar gingen we. Tijdens de eerste scene voelde ik de regen al niet meer. We pasten goed op dat we dit keer nxedet vielen en kwamen allemaal weer veilig in de spelerstent aan. Mijn jurk is dusdanig syntetisch dat hij met xe9xe9n windvlaag weer drooggeblazen is. Het hemdje en de legging die ik eronder verstopt had, waren echter geen overbodige luxe.
Onze tweede opkomst was moeilijker. De regen begon echt heel hard te vallen en wat was het koud! In de houding voelde ik het water langs mijn rug naar beneden glijden. Mijn pruik en voile zorgden voor een klein beetje bescherming, maar natter dan dit konden we niet worden. Wrong. Natter dan dat kon echt wel. In de stromende regen speelden we onze rouwscene. Dat moet een fantastisch schouwspel zijn geweest. De doden lagen zompig water te vangen en de druppels hingen aan mijn neus. In de donkerslag ging het licht opeens weer aan. ‘Dames en heren, u ziet het zelf. Dit kan zo niet verder. Onze spelers mogen niet ziek worden, dus we onderbreken de voorstelling tot de regen afneemt.’
Dat is slikken. Dat is heel erg slikken. De tranen zaten best hoog bij me. Elvie en ik liepen hand in hand af, gevolgd door de hele cast. Kathy en de dansers kwamen uit de moerasmodder geslipt en het koor glibberde van de steigers af. In de tent probeerden we de concentratie vast te houden, de teleurstelling was enorm. We bleven echter hopen. We gaan spelen! Hoe dan ook! Desnoods mimen we in het donker! Vijf minuten verstreken, tien minuten, vijftien, twintig… we zetten collectief onze inzinghymne ‘Nu Mona Lisa’ in en dat werd heel overtuigend en ontroerend gezongen door 130 hoopvolle kelen.
Ondertussen, aan de andere kant van de berg, stonden Sophie en Claudia de wave te doen met het publiek. Het orkest zette in en Sophie was in haar afritsbroek en bergschoenen de onbetwiste ster van de avond. ‘It’s raining man’, ‘Always look at the bright side of life’ etc. Het was tot in de tent te horen en het dak ging er bij het publiek vanaf. En toen… kwam het verlossende woord. We gaan weer!
Vijfendertig minuten na de stop mocht het koor als eerste het podium weer op. Een staande ovatie viel hen ten deel. Maar ook de spelers en dansers die hun plek opzochten werden met dolle enthousiasme onthaald. De hele voorstelling werd een droom. Het publiek lag dubbel bij de grapjes van Dederick, de mannetjes en het moment dat Jeroen zong ‘De liefde is als regen…’ Ik geef toe, het kostte me moeite om mijn lachen in te houden. De krabbel-act van Elvie die de glibberige heuvel maar niet opkwam, blijft voor altijd op mijn netvlies staan. Evenals de schuiver die Pim maakte toen hij haar te pakken moest nemen. Bijna verdween hij zelf in de ploemp.
De voorstelling van 4 september 2008 gaat de boeken in als de koudste, de natste en de meest bijzondere. Een natte droom…
5 september 2008